Witte koeien en Allah Akbar
27 apr. 2012
🇮🇩
vanuit Indonesië
'Zijn daar weer olifanten en tempels?', vroeg mijn vader op Whatsapp. Nu hebben we inderdaad veel olifanten en tempels gezien. Dus was het de hoogste tijd voor een nieuwe cultuur en omgeving: Indonesie. Olifanten en tempels zijn overal in Zuidoost-Azie, maar Indonesie heeft ook hele andere dingen te bieden dan het rijtje landen waar we hiervoor geweest zijn. We waren er tien dagen. Veel te kort, maar lang genoeg om met zekerheid te zeggen dat ik er ooit nog eens terugkom.
Op 18 april vlogen we in alle vroegte na 3 uur slaap van Phuket naar Bali. Het leven op straat was al in volle gang. Overdag is het veel te warm om iets te doen en zie je overal mensen op straat hangen of slapen. 's Nachts vinden de meeste activiteiten plaats of 's ochtends heel vroeg, het is maar net hoe je het bekijkt. Het was vrij druk op de weg, maar onze taxi was ruim op tijd op het vliegveld. In het vliegtuig riep de stewardess informatie om in het Engels en het Thais en dat laatste had ze beter achterwege kunnen laten. Er zat geen enkele Thai in het vliegtuig, alleen maar Westerse mensen. Daar ging even de hoop dat Bali anders zou zijn dan sommige Thaise eilanden, waar het soms zo Westers is dat je denkt dat je aan de Middellandse Zee ligt in plaats van aan de Thaise Golf. Gelukkig heeft Bali toeristen veel te bieden en ligt alles erg verspreid omdat het eiland 5561km² groot is. Bij aankomst pakten we een taxi naar het kustplaatsje Seminyak in het zuiden. Het bleek iets lastiger te zijn om een slaapplek te vinden dan in de andere landen. We zagen geen straten met hostels of locals die naar ons schreeuwden of we een kijkje wilden nemen bij hun hostel, maar veel meer verscholen resorts en hotels. Uiteindelijk kwamen we aan bij een nieuw hotel (altijd goed) met promotieprijzen (nog beter) vlakbij het strand (extra bonuspunten). De promotieprijs was 30 dollar per nacht en toen moesten we wel even slikken. De standaard ligt op Bali duidelijk hoger dan in bijvoorbeeld Laos, waar je voor 6 dollar per nacht met z'n tweeen onderdak hebt. Seminyak bleek gelukkig niet heel representatief, want de volgende dag in Ubud betaalden we de helft. Seminyak staat bekend om haar goede restaurants en bij wat navraag bleek het beste restaurant Made's Warung te zijn. We hadden nog geen vergelijkinsmateriaal, maar de saté, gado gado en de nasi en mie goreng waren inderdaad heerlijk. Op de kaart stond ook het welbekende gerecht 'rijsttafel'. De Nederlanders hebben duidelijk hun sporen achtergelaten. Wel meer woorden kwamen ons bekend voor, zoals gratis, dokter, notaris en gang (hier gebruikt om een steegje aan te duiden). In Seminyak maakten we voor het eerst kennis met de Indonesische vriendelijkheid. Mensen waren soms zo vriendelijk dat ik in het begin dacht: 'Wat moet die persoon van me?' Maar ik ben er nu achter dat dat typisch iets voor deze cultuur is. Het is heel normaal om iemand die je niet kent niet alleen te groeten, maar ook te vragen hoe het gaat, wat je naam is, hoe oud je bent, of je kinderen hebt en hoe het met je familie gaat. Ik ben er inmiddels aan gewend en ik kan niet wachten om het in Nederland uit te proberen. Uiteraard waren er ook veel Balinezen bij die iets wilden verkopen, maar vaak waren ze gewoon alleen maar vriendelijk. Een andere fijne bijkomstigheid was dat elke Balinees die met toeristen in aanmerking komt, Engels spreekt. Niet heel bijzonder misschien, maar wel een verademing na de vele handen-en-voeten gesprekken in de de vorige landen.
Nu lijkt het een promotiepraatje voor Indonesie te worden en ik vrees dat het dat ook wordt. Het enige negatieve was de gelovige wekker om 5 uur 's ochtends, maar daarover later meer.
De eerste taxichauffeur in al die maanden die ons verstond was Dewa, die ons voorstelde om ons het eiland te laten zien tegen een prijs die we zelf redelijk vonden. Hij woonde al heel zijn leven op Bali en kon ons daar mooi over vertellen. De volgende dag stond hij op de afgesproken tijd klaar om ons naar Ubud te brengen, een enorm populair cultureel verantwoord plaatsje in het binnenland van Bali. Ubud is mede populair geworden door de film Eat, Pray, Love, waar Julia Roberts in een scene langsgaat bij de medicijnman Ketut Liyer. Deze Ketut bestaat echt en hij is inmiddels heel rijk geworden van alle toeristen die bij hem langsgekomen zijn voor een consult. Ketut hebben we niet bezocht in Ubud, maar wel de prachtige rijstvelden, het apenbos waar honderden Macaques in het wild leven en één van de vele spa's, want onze ruggen hadden natuurlijk een goede massage verdiend na al het sjouwen met de backpacks. We hebben het zo zwaar. We sliepen in een homestay, waar 's ochtends het onbijt werd klaargemaakt door de neef van de eigenaar. Hier maakten we voor het eerst kennis met de jaffle, een hele dikke pannekoek met een hartige of zoete vulling naar keuze. Het was in ieder geval een goede bodem om onze tocht voor te zetten.
Na twee dagen stond Dewa weer klaar om ons met wat leuks stops onderweg naar Amed in het oosten van het eiland te brengen. Dit keer had hij zijn lieve vrouw Rati meegenomen om hem te vergezellen op de terugweg. Ze sprak geen woord Engels maar ze moest wel glimlachen om alles wat je zei. De eerste stop was één van de grootste rijstterrassen van Bali. Een interessant systeem. Elk terras wordt voorzien van water dat trapsgewijs naar beneden stroomt. Het was voor Rati ook de eerste keer in haar leven dat ze het zag. Na heel wat foto's gingen we verder richting de vulkaan Gunung Batur. Vanaf een afstandje dan, want 1717 meter de lucht in zat niet bij de tour inbegrepen. Op een gegeven moment stopte Dewa midden op de weg: er was een Hindoe ceremonie bezig. Tientallen mannen en vrouwen met kinderen op hun schoot zaten geknield op de weg in afwachting van wat heilig water op hun hoofd en de heilige witte koe die ze even aan mochten raken. Nieuwsgierig dat we waren gingen we er middenin staan en al onze vragen werden beantwoord. De rijstkorrels op de voorhoofden was om de Hindoe goden te danken voor het vruchtbare land. Ze brachten offers in mandjes, zoals bloemen en munten om de slechte geesten te verjagen en de goede geesten te eren. Het was een kleurrijk en gezellig geheel en de kinderen deden vrolijk mee. Bijzonder om te zien. 93 procent van de Balinezen is Hindoe. Toch is Indonesie het grootste Islamitische land ter wereld. Daar kwamen we later pas achter. Eerst gingen we naar Amed.
Aan het einde van de middag kwamen we aan in Amed. Mijn duikinstructrice in Thailand had gezegd dat je vlakbij Amed in Tulamben prachtig kon duiken en vanaf Amed konden we makkelijk de oversteek maken naar de Gili Islands naast Lombok. Dewa was zo aardig om eerst te helpen zoeken naar een duikschool en daarna pas een accomodatie. Hij wilde natuurlijk dat ik zou duiken bij één van zijn vrienden, zodat hij ook nog wat commissie zou kunnen vangen. Maar jammer voor Dewa zagen we op de weg naar Amed al borden langs de kant van de weg van een Nederlandse duikschool. Jukung Dive bood niet alleen duiken aan, maar had ook vier schitterende kamers. De deal is dat als je gaat duiken, kunt slapen voor een prikkie, dus dat hebben we natuurlijk gedaan. De volgende dag ging ik duiken bij het USAT Liberty scheepswrak, in 1942 gebombardeerd door de Japanners. Het 120 meter lange scheepswrak ligt vlakbij de kust en is bijna nog helemaal intact. Ik ben nog maar een beginner, dus ik vind alles even mooi maar het schijnt een hele bijzondere duikspot te zijn. Na wat angstige momenten en veel extra luchtverbruik ben ik zelfs het schip ingegaan met de gids. Dat was zeker de moeite waard, want ik heb echt schitterende dingen gezien.
Na twee nachtjes slapen in Amed was het helaas tijd om Bali te verlaten en pakten we de speedboot naar Gili Trawangan, één van de drie kleine Gili Islands. Op aanraden van meerdere mensen mochten we de Gili Islands niet overslaan. En daar hebben we zeker geen spijt van gehad. We waren aanbeland in een paradijsje, waar geen auto's rijden maar paard en wagen. Waar geen politie is, maar een dorpshoofd om de lieve vrede te bewaren. Waar geen betonnen flats staan, maar kleine bungalows of homestays. Waar geen grote ketens zijn, maar kleine winkeltjes. De relaxte eiland-modus werkte aanstekelijk en we waren snel gewend aan de kunst van het niets doen; alleen een beetje snorkelen bij het turtle point, luisteren naar lokale reggaemuziek, rondjes over het eiland fietsen, en nasi eten op het strand of op de markt waren de activiteiten van de dag. Slapen deden we ook deels op het strand, want op onze kamer kwamen we daar nauwelijks aan toe. Op Gili Trawangan zijn bijna geen Hindoes maar Moslims en dat hebben we geweten. We sliepen in een goedkope homestay en werden elke nacht om 5 uur wakker gemaakt door een bijzondere wekker: de valse schelle zangnoten uit de luidspreker van de moskee. En niet zachtjes, maar zo hard dat het geluid door mijn oordoppen heen kwam. Allah Akbar was het enige dat ik kon verstaan en ik kan me zoiets voorstellen dat het een oproep is om te bidden voor Allah, maar voor mijn gevoel was het een oproep om toeristen te pesten. Weer in slaap vallen was onmogelijk, want alle hanen op het eiland en weet ik veel wat voor beesten nog meer waren ook wakker en voor de familie naast ons leek 5 uur wel het meest productieve tijdstip van de dag. Het klonk als een kippenslachterij, wat het waarschijnlijk ook was. Nu kunnen we er om lachen en een groot voordeel was dat we tenminste iets aan onze dagen hadden. Want die waren daardoor wel lekker lang. Een paar nachten op Gili Trawangan leken wel weken en ondanks de moskee en de andere nachtelijke geluiden ben ik helemaal uitgerust. Ik kom zeker een keer terug op dit bijzondere eiland.
Onze laatste twee nachten op Bali wilden we weer slapen in Seminyak, want één nachtje in het begin was toch wel erg weinig voor zo'n leuk stadje. Morgen vliegen we naar Kuala Lumpur, de hoofstad van Maleisie. Het laatste land dat ik zal bezoeken voordat ik over twee weken weer terugga naar Nederland. Wat is de tijd snel gegaan!
Op 18 april vlogen we in alle vroegte na 3 uur slaap van Phuket naar Bali. Het leven op straat was al in volle gang. Overdag is het veel te warm om iets te doen en zie je overal mensen op straat hangen of slapen. 's Nachts vinden de meeste activiteiten plaats of 's ochtends heel vroeg, het is maar net hoe je het bekijkt. Het was vrij druk op de weg, maar onze taxi was ruim op tijd op het vliegveld. In het vliegtuig riep de stewardess informatie om in het Engels en het Thais en dat laatste had ze beter achterwege kunnen laten. Er zat geen enkele Thai in het vliegtuig, alleen maar Westerse mensen. Daar ging even de hoop dat Bali anders zou zijn dan sommige Thaise eilanden, waar het soms zo Westers is dat je denkt dat je aan de Middellandse Zee ligt in plaats van aan de Thaise Golf. Gelukkig heeft Bali toeristen veel te bieden en ligt alles erg verspreid omdat het eiland 5561km² groot is. Bij aankomst pakten we een taxi naar het kustplaatsje Seminyak in het zuiden. Het bleek iets lastiger te zijn om een slaapplek te vinden dan in de andere landen. We zagen geen straten met hostels of locals die naar ons schreeuwden of we een kijkje wilden nemen bij hun hostel, maar veel meer verscholen resorts en hotels. Uiteindelijk kwamen we aan bij een nieuw hotel (altijd goed) met promotieprijzen (nog beter) vlakbij het strand (extra bonuspunten). De promotieprijs was 30 dollar per nacht en toen moesten we wel even slikken. De standaard ligt op Bali duidelijk hoger dan in bijvoorbeeld Laos, waar je voor 6 dollar per nacht met z'n tweeen onderdak hebt. Seminyak bleek gelukkig niet heel representatief, want de volgende dag in Ubud betaalden we de helft. Seminyak staat bekend om haar goede restaurants en bij wat navraag bleek het beste restaurant Made's Warung te zijn. We hadden nog geen vergelijkinsmateriaal, maar de saté, gado gado en de nasi en mie goreng waren inderdaad heerlijk. Op de kaart stond ook het welbekende gerecht 'rijsttafel'. De Nederlanders hebben duidelijk hun sporen achtergelaten. Wel meer woorden kwamen ons bekend voor, zoals gratis, dokter, notaris en gang (hier gebruikt om een steegje aan te duiden). In Seminyak maakten we voor het eerst kennis met de Indonesische vriendelijkheid. Mensen waren soms zo vriendelijk dat ik in het begin dacht: 'Wat moet die persoon van me?' Maar ik ben er nu achter dat dat typisch iets voor deze cultuur is. Het is heel normaal om iemand die je niet kent niet alleen te groeten, maar ook te vragen hoe het gaat, wat je naam is, hoe oud je bent, of je kinderen hebt en hoe het met je familie gaat. Ik ben er inmiddels aan gewend en ik kan niet wachten om het in Nederland uit te proberen. Uiteraard waren er ook veel Balinezen bij die iets wilden verkopen, maar vaak waren ze gewoon alleen maar vriendelijk. Een andere fijne bijkomstigheid was dat elke Balinees die met toeristen in aanmerking komt, Engels spreekt. Niet heel bijzonder misschien, maar wel een verademing na de vele handen-en-voeten gesprekken in de de vorige landen.
Nu lijkt het een promotiepraatje voor Indonesie te worden en ik vrees dat het dat ook wordt. Het enige negatieve was de gelovige wekker om 5 uur 's ochtends, maar daarover later meer.
De eerste taxichauffeur in al die maanden die ons verstond was Dewa, die ons voorstelde om ons het eiland te laten zien tegen een prijs die we zelf redelijk vonden. Hij woonde al heel zijn leven op Bali en kon ons daar mooi over vertellen. De volgende dag stond hij op de afgesproken tijd klaar om ons naar Ubud te brengen, een enorm populair cultureel verantwoord plaatsje in het binnenland van Bali. Ubud is mede populair geworden door de film Eat, Pray, Love, waar Julia Roberts in een scene langsgaat bij de medicijnman Ketut Liyer. Deze Ketut bestaat echt en hij is inmiddels heel rijk geworden van alle toeristen die bij hem langsgekomen zijn voor een consult. Ketut hebben we niet bezocht in Ubud, maar wel de prachtige rijstvelden, het apenbos waar honderden Macaques in het wild leven en één van de vele spa's, want onze ruggen hadden natuurlijk een goede massage verdiend na al het sjouwen met de backpacks. We hebben het zo zwaar. We sliepen in een homestay, waar 's ochtends het onbijt werd klaargemaakt door de neef van de eigenaar. Hier maakten we voor het eerst kennis met de jaffle, een hele dikke pannekoek met een hartige of zoete vulling naar keuze. Het was in ieder geval een goede bodem om onze tocht voor te zetten.
Na twee dagen stond Dewa weer klaar om ons met wat leuks stops onderweg naar Amed in het oosten van het eiland te brengen. Dit keer had hij zijn lieve vrouw Rati meegenomen om hem te vergezellen op de terugweg. Ze sprak geen woord Engels maar ze moest wel glimlachen om alles wat je zei. De eerste stop was één van de grootste rijstterrassen van Bali. Een interessant systeem. Elk terras wordt voorzien van water dat trapsgewijs naar beneden stroomt. Het was voor Rati ook de eerste keer in haar leven dat ze het zag. Na heel wat foto's gingen we verder richting de vulkaan Gunung Batur. Vanaf een afstandje dan, want 1717 meter de lucht in zat niet bij de tour inbegrepen. Op een gegeven moment stopte Dewa midden op de weg: er was een Hindoe ceremonie bezig. Tientallen mannen en vrouwen met kinderen op hun schoot zaten geknield op de weg in afwachting van wat heilig water op hun hoofd en de heilige witte koe die ze even aan mochten raken. Nieuwsgierig dat we waren gingen we er middenin staan en al onze vragen werden beantwoord. De rijstkorrels op de voorhoofden was om de Hindoe goden te danken voor het vruchtbare land. Ze brachten offers in mandjes, zoals bloemen en munten om de slechte geesten te verjagen en de goede geesten te eren. Het was een kleurrijk en gezellig geheel en de kinderen deden vrolijk mee. Bijzonder om te zien. 93 procent van de Balinezen is Hindoe. Toch is Indonesie het grootste Islamitische land ter wereld. Daar kwamen we later pas achter. Eerst gingen we naar Amed.
Aan het einde van de middag kwamen we aan in Amed. Mijn duikinstructrice in Thailand had gezegd dat je vlakbij Amed in Tulamben prachtig kon duiken en vanaf Amed konden we makkelijk de oversteek maken naar de Gili Islands naast Lombok. Dewa was zo aardig om eerst te helpen zoeken naar een duikschool en daarna pas een accomodatie. Hij wilde natuurlijk dat ik zou duiken bij één van zijn vrienden, zodat hij ook nog wat commissie zou kunnen vangen. Maar jammer voor Dewa zagen we op de weg naar Amed al borden langs de kant van de weg van een Nederlandse duikschool. Jukung Dive bood niet alleen duiken aan, maar had ook vier schitterende kamers. De deal is dat als je gaat duiken, kunt slapen voor een prikkie, dus dat hebben we natuurlijk gedaan. De volgende dag ging ik duiken bij het USAT Liberty scheepswrak, in 1942 gebombardeerd door de Japanners. Het 120 meter lange scheepswrak ligt vlakbij de kust en is bijna nog helemaal intact. Ik ben nog maar een beginner, dus ik vind alles even mooi maar het schijnt een hele bijzondere duikspot te zijn. Na wat angstige momenten en veel extra luchtverbruik ben ik zelfs het schip ingegaan met de gids. Dat was zeker de moeite waard, want ik heb echt schitterende dingen gezien.
Na twee nachtjes slapen in Amed was het helaas tijd om Bali te verlaten en pakten we de speedboot naar Gili Trawangan, één van de drie kleine Gili Islands. Op aanraden van meerdere mensen mochten we de Gili Islands niet overslaan. En daar hebben we zeker geen spijt van gehad. We waren aanbeland in een paradijsje, waar geen auto's rijden maar paard en wagen. Waar geen politie is, maar een dorpshoofd om de lieve vrede te bewaren. Waar geen betonnen flats staan, maar kleine bungalows of homestays. Waar geen grote ketens zijn, maar kleine winkeltjes. De relaxte eiland-modus werkte aanstekelijk en we waren snel gewend aan de kunst van het niets doen; alleen een beetje snorkelen bij het turtle point, luisteren naar lokale reggaemuziek, rondjes over het eiland fietsen, en nasi eten op het strand of op de markt waren de activiteiten van de dag. Slapen deden we ook deels op het strand, want op onze kamer kwamen we daar nauwelijks aan toe. Op Gili Trawangan zijn bijna geen Hindoes maar Moslims en dat hebben we geweten. We sliepen in een goedkope homestay en werden elke nacht om 5 uur wakker gemaakt door een bijzondere wekker: de valse schelle zangnoten uit de luidspreker van de moskee. En niet zachtjes, maar zo hard dat het geluid door mijn oordoppen heen kwam. Allah Akbar was het enige dat ik kon verstaan en ik kan me zoiets voorstellen dat het een oproep is om te bidden voor Allah, maar voor mijn gevoel was het een oproep om toeristen te pesten. Weer in slaap vallen was onmogelijk, want alle hanen op het eiland en weet ik veel wat voor beesten nog meer waren ook wakker en voor de familie naast ons leek 5 uur wel het meest productieve tijdstip van de dag. Het klonk als een kippenslachterij, wat het waarschijnlijk ook was. Nu kunnen we er om lachen en een groot voordeel was dat we tenminste iets aan onze dagen hadden. Want die waren daardoor wel lekker lang. Een paar nachten op Gili Trawangan leken wel weken en ondanks de moskee en de andere nachtelijke geluiden ben ik helemaal uitgerust. Ik kom zeker een keer terug op dit bijzondere eiland.
Onze laatste twee nachten op Bali wilden we weer slapen in Seminyak, want één nachtje in het begin was toch wel erg weinig voor zo'n leuk stadje. Morgen vliegen we naar Kuala Lumpur, de hoofstad van Maleisie. Het laatste land dat ik zal bezoeken voordat ik over twee weken weer terugga naar Nederland. Wat is de tijd snel gegaan!
Reacties
Reacties
01 mei 2012, 11:10
Lieve Esmee!!! Weer zo'n mooi verhaal, ben bijna met je mee op reis. Geniet van de laatste twee weken, ik ben iig blij dat je weer bijna "thuis" bent. Dikke kus Jess
{{ reactie.post_date.date | formatDate('DD MMM YYYY HH:mm') }}
Reageer
Laat een reactie achter!
De volgende fout is opgetreden
- {{ error }}
Je reactie is opgeslagen!