Azie van verschil
Wat ik echter nooit verwacht had, was dat het mogelijk zou zijn om in hetzelfde land een cultuurshock te krijgen. Dat gebeurde dus afgelopen week toen we een lang weekend vrij hadden, vanwege een feestdag op 5 december. Niet de verjaardag van de Goedheiligman, maar de verjaardag van de koning vieren ze dan in Thailand. Mooie gelegenheid voor mij om een goedkoop vliegticket te boeken en te vliegen naar Phuket in het zuiden. Zo gezegd, zo gedaan. Nu was ik wel gewaarschuwd dat Phuket niet het beste eiland zou zijn om te vertoeven, maar ik had maar een paar vrije dagen en wilde deze optimaal benutten. Zaterdag vloog ik op Phuket en werd ik opgehaald vanaf het vliegveld. Ik schrok me dood toen ik bezweet als een pakezel, heb helaas geen weekendtas maar alleen mijn backpack, naar buiten liep. Alleen de cameraflitsen ontbraken omdat ik geen beroemdheid ben, maar letterlijk iedereen was naar me aan het schreeuwen. Het woord taxi is een universeel woord, dus het was vrij snel duidelijk wat ze wilden. In ieder geval waren de Thai een stuk onbeschofter dan in het noorden. Na eenmaal ge?nstalleerd te zijn in mijn hotel dat uiteraard niet zo dichtbij het strand lag als dat de website deed beloven, ben ik het stadje ingelopen. Hier was het nog tien keer erger met om de paar meter mannetjes of soms zelfs vrouwtjes die me iets aan wilden smeren. Was het geen ritje met een Tuk Tuk dan was het wel een massage of een compleet nieuw haarstuk. De vriendelijkheid was ver te zoeken. Ik snap wel dat ze geld moeten verdienen aan toeristen, maar kom dan met iets origineels en verkoop niet allemaal hetzelfde. Boze blikken hielpen niet echt en vermijden was ook onmogelijk, zelfs toen ik op het strand lag met muziek in mijn oren en een zonnebril op tikten ze me nog aan. Maar buiten de agressieve aanpak van de Thai op Phuket om, was het een heerlijk weekend op het strand en daar kwam ik ten slotte voor. Met mijn Australische vriendinnen die ik onmoet had op het strand en die zeker niet zouden misstaan naast de Veerkampjes in een karaokebar in de Jordaan, heb ik een paar mooie dagen beleefd. Ik was verbaasd dat als je in Sydney woont naar Phuket komt om vakantie te vieren, maar dat geeft wel gelijk een mooie indicatie van het gemiddelde publiek op Phuket. Het viel me op dat ze in de stad overal aan het bouwen of verbouwen waren. Na wat navraag bleek dat ze nog steeds aan het herstellen zijn van de Tsunami en dat na 7 jaar! Raar idee om op hetzelfde strand te liggen waar een paar jaar eerder zo veel ellende was. Ondanks dat ik de rest van Thailand en Azie (Singapore vind ik niet echt meetellen) nog niet gezien heb, denk ik dat ik met Phuket en Chiang Mai twee mooie uitersten te pakken heb.
Na Phuket vloog ik direct door naar Singapore om Elephant Parade Singapore te zien en het team te ontmoeten. Geen cultuurshock dit keer, want Singapore deed nogal westers aan, maar wat een verschil met Thailand! Singapore ligt op een eiland en het is ook letterlijk een eiland. Ik heb nog nooit een stad gezien met zo veel verschillende culturen. De meerderheid komt uit China, gevolgd door mensen uit India, Maleisie en een mix van Europeanen en Aziaten, de Eurasians. De voertaal is Engels. Mijn hotel lag in Chinatown, dus ik was voornamelijk omringd door Chinezen. Eén avond ben ik uit eten geweest met de BBC reporter die ik een tijd geleden voor Elephant Parade had rondgeleid in Chiang Mai en haar vriendinnen in de wijk Holland Village. Voelde ik me toch nog een beetje verbonden met thuis. Ook hier had ik nog nooit zo veel culturen bij elkaar gezien aan één tafel. Er waren meiden bij uit Japan, Nieuw-Zeeland, Australie, Rusland, India, Singapore, Polen en Amerika. Dit leverde leuke gesprekken op, maar vooral handige adresjes als ik ooit nog eens één van die landen ga bezoeken.
Singapore is enorm streng als het op veiligheid en schoonheid aankomt. Er is geen plek waar geen camera's hangen en er is ook geen plek waar prullenbakken staan, omdat toch niemand iets op straat durft te gooien. Ik borg maar snel mijn flesje water op toen ik op een bordje in de metro zag staan dat je een boete van SGD 500 moet betalen als je eet en drinkt in het openbaar. Gebouwen moeten om de 2 jaar geschilderd worden, anders krijgen de eigenaren een boete. Bedelaars moeten een vergunning hebben om te mogen bedelen, dus die zie je ook niet op straat. En zo zijn er vast nog veel meer regels die van deze stad een gecontroleerde instelling maken. Ik heb me nog nooit ergens zo veilig gevoeld, dat dan weer wel. Erg indrukwekkende stad om te zien, maar ik zou er nooit kunnen wonen. Dat hoor je overigens van heel veel Singaporezen die het liefst uit de stad vertrekken vanwege de strenge regels en het dure leefklimaat. Voor expats is het er goed toeven en helemaal als de baas alles betaalt.
De veiling waar alle kunstolifanten uit de parade geveild zullen worden is op 12 en 14 januari. In januari ga ik nog een keer naar Singapore om te helpen met de voorbereidingen voor de veiling en om een groep gasten van Elephant Parade op te vangen die een reis maken naar Singapore en Chiang Mai. Kerst en Oud en Nieuw vier ik in Bangkok. Gisteren hebben mijn collega en ik de treintickets voor de slaaptrein geboekt! En zo vliegt de tijd voorbij en is het voordat ik er bij stil kan staan tijd om te gaan reizen. Ik kan niet wachten, want de tripjes naar Phuket en Singapore smaken zeker naar meer!
Stadsmeisje in de jungle
Ik hoefde alleen maar warme kleding en een extra paar sokken mee te nemen, voor al het andere zou het team zorgen. Ik denk dat vrijdagavond het woord jungle nog niet zo goed tot me doorgedrongen was, anders had ik me waarschijnlijk beter voorbereid (en mijn föhn thuis gelaten..;-). In het begin leek het allemaal nog wel mee te vallen. Onze truck passeerde een aantal olifantenkampen die ik eerder ook al had gezien, net als de vele bussen volgepropt met toeristen. De kleine teleurstelling verdween als snel toen ik na een uur rijden geen ander verkeer meer zag en de verharde weg plaats had gemaakt voor iets wat op een verharde weg moest lijken. Gelukkig ben ik niet wagenziek en was het een truck met four wheel drive. Maar na 2 uur kreeg ik het toch wel een beetje benauwd. De gedachte 'wat een prachtige natuur!' maakte langzaam plaats voor de gedachte 'wat als we autopech krijgen?'. Onze telefoons hadden geen bereik meer en toen de chauffeur niet zeker wist of het wel de goede route was, wilde ik het liefst weer omkeren naar de stad. Maar na een tocht van 3 uur zagen we iets wat op de beschaving moest lijken. Voor even kon ik weer opgelucht ademhalen. Met de nadruk op even, want in het dorpje dat leek op een dorpje in het Archeon, was geen olifant te bekennen. Wel zag ik de overblijfselen van wat ooit een brug was geweest in de rivier. Het was dus onmogelijk om verder te rijden. Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik twee dorpelingen op motors uit het jaar nul aan zag komen rijden en ze vriendelijk wezen op de plek achterop de motor. Waar ik aan begonnen was, werd me toen langzaam duidelijk. Tot groot vermaak van de dierenartsen uiteraard. Ik zou wel als laatste gaan, kon ik nog even aan het idee wennen. Uiteindelijk heb ik mijn verstand op nul gezet en ben ik stoer achterop dat gammele apparaat gestapt. Ook hier geen wegen maar vooral veel modder en stenen. Vast heel leuk om te wandelen, maar als je achterop een motor zit en je rechts van je een diepe afgrond ziet, wordt het een ander verhaal. Na 15 minuten en veel schietgebedjes later was ik dan eindelijk op de plek van bestemming. Dacht ik. Of ik de laatste 10 minuten zelf wilde lopen? Uh, waarheen? Maar de motor was alweer omgekeerd. Ik ben nog nooit zo blij geweest om olifanten in de verte te horen. De dierenartsen waren al bezig met de controles toen ik het kamp bereikte. Bloed afnemen, vitamines inspuiten en medicijnen geven. Een beest van 3000kg een spuit geven is geen pretje. Je zou verwachten dat ze niets voelen door de dikke olifantenhuid. Maar zelfs het kleinste prikje voelen ze en dan is het verstandig om heel ver bij ze uit de buurt te blijven. De dierenarsten leveren enorm dankbaar werk. Ook de eigenaren van de olifanten zijn blij met de halfjaarlijkse controles, want een zieke olifant betekent geen inkomsten van toeristen. Olifanten in het wild zijn altijd beter af, maar dit is een goede manier om zeker te zijn van hun voortbestaan.
Maar goed dat ik niet alles van tevoren wist, want dan was ik misschien niet eens meegegaan. Het volgende dorp kon alleen bereikt worden door te raften. Niet in een degelijke boot, maar op een vlot van bamboe met aan het roer een Thai die twee koppen kleiner was dan ik. Een paar uur lang om de zo veel meter het geluid van een stroomversnelling horen zonder dat je deze nog ziet aankomen, is misschien leuk voor de avonturier maar ik zag de lol er niet van in. Daarbij zag het bruine water er ook niet heel erg aantrekkelijk uit. Na twee uur, een lijkbleke huid en natte sokken rijker, kwamen we gelukkig aan in het tweede Middeleeuwse dorpje. Er was geen warme douche helaas (hoe had ik het ooit durven denken?), een gat in de grond diende als toilet en een houten vloer als matras. Maar ik was de gelukkigste mens op aarde toen ik 's avonds met mijn Singha biertje bij het kampvuurtje naar gitaarmuziek zat te luisteren. De muggen nam ik zelfs voor lief, net als het gesnurk van de Deense arts, dat zo hard was dat het de geluiden van de jungle overstemde. Het relaxte leven van de familie in het dorpje werkte aanstekelijk. Het enige waar ze zich druk om hoeven te maken is eten, slapen en voor de dieren zorgen. Goed om te ervaren om een keer helemaal back to basic te gaan. Toch was ik maar wat blij toen ik vanmiddag weer het drukke verkeer in de stad zag en al het lekkere eten op straat rook.
Morgen gaat ook weer vroeg de wekker. We openen een winkel met onze replica's in een olifantenkamp. We moeten er vroeg zijn om de uitgebreide ceremonie bij te wonen. Monniken gaan de winkel om 9.19 uur inzegenen. Het cijfer 9 brengt geluk in het Boeddhisme. Als er daardoor veel olifanten verkocht zullen worden, sta ik graag vroeg op. Maar ik denk dat ik straks geen olifant meer kan zien!
Baan Chang
Als je hier voor olifanten werkt, moet je natuurlijk op zijn minst een keer de olifanten hebben bezocht. Nu zijn er niet veel meer in het wild over, in Thailand zo'n 2000, maar er zijn gelukkig genoeg mooie projecten die ervoor zorgen dat de beesten een fijn en dragelijk leven hebben. Eén van de projecten die Elephant Parade steunt is Soraida Salwala's FAE's Elephant Hospital. Soraida vangt in dit ziekenhuis olifanten op die op landmijnen zijn gestapt in Myanmar of olifanten die mishandeld zijn door hun Mahout. Indrukwekkende plek om te bezoeken. De olifanten worden goed verzorgd, maar je kunt zien en horen dat ze verdrietig zijn. Al liepen bij één olifant de tranen over zijn wangen van geluk in plaats van verdriet, omdat hij volgens zijn mahout het fijn vond om gezelschap te hebben. Niet voor mijn werk, maar als toerist, heb ik dit weekend ook olifantenkamp Baan Chang (olifantenhuis) bezocht. Ook hier worden olifanten opgevangen die mishandeld zijn, maar om de olifanten op te kunnen vangen en te verzorgen is er natuurlijk geld nodig. Ongeveer 1 miljoen Baht (bijna 24.000 euro) per maand voor 14 olifanten. Niet zo heel gek, als je bedenkt dat een olifant 300 kg eten nodig heeft en 60 liter water, per dag! Toeristen zijn dus hard nodig, anders krijgen ze het geld nooit bij elkaar. Je olifant eten geven, leren hoe je op de olifant een tocht door de jungle maakt en je olifant wassen, is iets onbeschrijfelijks. Weer op een hele andere manier indrukwekkend dus.
Van de jungle terug naar de beschaving zijn er alsnog heel veel olifanten te zien, voornamelijk op de Sunday Walking Market. Bijna elke marktkraam (niet echt een marktkraam, meer een kleedje op de grond met een stoeltje ernaast) verkoopt wel iets waar een olifant op staat. Lang niet zo mooi natuurlijk als de replica's die ze op mijn werk maken ;-). Deze week was het een gekkenhuis vanwege de start van Elephant Parade Singapore op 11-11-11. 162 kunstolifanten zijn gedurende 2 maanden door het hele centrum van Singapore verspreid. Een enorme organisatie is hieraan voorafgegaan. Hopelijk ga ik de parade binnenkort met eigen ogen zien. Ondanks de drukte en alle overuren die de productie deze week heeft gedraaid om de replica's te schilderen, zal je nooit zien of een Thai stress heeft. De term hoge bloeddruk kennen ze hier niet. Ze hebben een enorme relaxte werkhouding (zou Buddha daar iets mee te maken hebben?), wat voor mij weleens lastig is. In Nederland zijn we gewend om op elke e-mail binnen een uur een antwoord te krijgen. Hier kan ik gerust een paar dagen wachten of als ze je vraag niet begrepen hebben, sturen ze simpelweg niets terug. Toch ga ik er langzaam aan wennen. Het is minder efficient, maar chagrijnig zal je er niet snel van worden. Mede veroorzaakt natuurlijk door het heerlijke klimaat. Het is 13 november en ik loop op slippers. En in elke café, restaurant of park waar ik kom: ik heb altijd een plekje in de zon. Hoef je op een terras in Amsterdam echt niet te proberen als de zon zich voor het eerst laat zien in het voorjaar. Reden is dat de Thai de zon letterlijk haten. Ze willen zo 'wit' mogelijk zijn, omdat 'wit' hét schoonheidsideaal is hier. Vind ik helemaal niet erg.De hitte overdag zorgt ervoor dat de meeste activiteiten 's avonds plaatsvinden. Zo ook het Loy Krathong festival afgelopen week. Het Loy Krathong festival is te vergelijken met hoe wij Oud & Nieuw vieren in Nederland. Een week lang staat alles in het teken van vuurwerk, nog meer vuurwerk, parades, eten, nog meer eten en vooral heel veel gezelligheid. Zo heb ik afgelopen week op zijn Thais gegourmet met een aantal collega's en vrienden van vrienden (iedereen is welkom) en zijn we daarna naar de Mae Ping rivier gegaan om haar te bedanken voor alles wat ze geschonken heeft en tegelijkertijd sorry te zeggen, omdat de Thai de rivier overal voor gebruiken (wassen, schoonmaken, troep lozen etc.). Mooie gedachte en vooral bijzonder om mee te maken.
En dan al dat eten, het houdt maar niet op! Ergens wel oneerlijk, ze kunnen hier blijven eten en geen grammetje aankomen. Dat moet mij ook lukken, dus ben ik op een kookcursus gegaan. De kookcursus begon met inkopen doen op de markt. Vanaf het moment dat ik alle verschillende soorten groenten en fruit zag, wist ik al dat Thais koken me thuis nooit zou lukken zoals hier. Waar wij 1 soort Aubergine hebben, hebben ze er hier 5. Een goede tip is niet te lang blijven kijken naar het vlees, want dan vergaat spontaan je eetlust. Hoezo hygiene, alles verpakken en koelen? Niet aan denken, je mindset veranderen in 'alle producten zijn zo lekker vers' en het is allemaal prima te doen. Ik ga zelfs wennen aan het spicy eten, al zal ik nooit zo ver gaan als sommige Thai die het lekker vinden om zo spicy te eten dat ze ervan gaan zweten. Gelukkig is het niet alleen maar Thais eten wat de klok slaat. Genoeg tentjes die ook muesli en yoghurt als ontbijt serveren of een hamburger als avondeten. Fijn voor de afwisseling. Over eten gesproken.. ik ruik steeds meer eten om me heen en ik zie ook steeds meer mensen voorbij schuifelen op de markt met eten in hun hand. Mooi moment om af te sluiten. Tot de volgende update!
Farang
De ergste cultuurshock ben ik nu na een paar dagen al te boven. Het is heerlijk om niet alleen als toerist rond te lopen, maar volledig op te gaan in een vreemde cultuur en op plekken te komen waar ze nog nooit een farang hebben gezien. En een Thais ontbijt dat bestaat uit rijst, spicy saus en ondefinieerbaar vlees hoort daar ook bij (al heb ik vandaag gezondigd met een tosti). Vandaag ben ik voor het eerst zelf met het openbaar vervoer naar mijn werk gegaan. In Nederland niet heel bijzonder, maar hier is het een avontuur op zich. Er rijden taxi's, Tuk Tuks, motors, bussen, rode busjes, gele busjes en de laatste heb ik nodig om naar mijn werk te gaan. De chauffeurs spreken geen Engels, ze stoppen niet netjes bij een bushalte en een tijdschema hebben ze al helemaal niet. Je moet maar hopen dat ze voor je stoppen als je staat te zwaaien langs de kant van de weg en als je uit wilt stappen moet je geluk hebben dat je ongeveer weet waar je moet zijn. Vanochtend deed ik er nog 30 minuten over, vanavond 15 en ik betaalde geen 15 baht meer, maar 10. Ik boek dus al vooruitgang! En om mijn nieuwe burgerschap als Thai compleet te maken, heb ik een Thais mobiel nummer en een Thaise bankrekening. So far so good! De taal zal ik nooit leren en ze zullen me ook altijd raar aan blijven staren, helemaal als ik in de zon sta om bruin te worden (wat hier een doodzonde is), ook weiger ik voortaan gestold varkensbloed te eten, het blijft bij die ene keer toen me achteraf pas verteld werd wat ik aan het eten was, maar daarom zijn we gelukkig niet allemaal hetzelfde.
Mijn eerste werkweek heb ik overleefd. Het was enorm wennen, maar ik begin een beeld te krijgen van wat ik allemaal voor werk kan doen. Mijn collega's zijn heel erg lief en door met handen en voeten te praten, komen we een heel eind om elkaar te begrijpen. De jongen waarmee ik samenwerk is gelukkig Amerikaans. Morgen ga ik eindelijk de plek zien waar Elephant Parade ooit begonnen is: het olifantenziekenhuis van Soraida Salwala in Lampang. Hier leeft olifantje Mosha. Mosha heeft maar 3 poten, omdat ze ooit op een mijn is gestapt. Met behulp van een prothese heeft ze een geweldig leven en met het geld dat door Elephant Parade opgehaald wordt, wordt onder andere de prothese van Mosha betaald. Nobel doel toch? Verder ga ik dit weekend voor het eerst de toerist uithangen door lekker veel foto's te maken in de stad, van alle tempels (mam, hier zijn driehoekjes op de kaart geen campings, maar tempels), en van alle andere dingen waar mijn mond elke dag weer van openvalt.
Happy Friday (how the Thai would say it)!
Sawatdee Kha!
Van 12 nachtjes slapen naar dit moment, het begin van mijn reis in Chiang Mai. De tijd vliegt. Behalve dan wanneer je gaat vliegen. Ondanks dat je je er helemaal op instelt en weet dat je anders nergens komt, is het toch een hele opgave. Sjouwen met je bagage, wachten, inchecken, wachten, boarden, wachten, tassencontrole, wachten, taxi?n, de lucht in, wachten, overstappen, inchecken, wachten, tassencontrole, wachten, taxi?n en weer de lucht in. En met een beetje pech herhalen deze activiteiten zich nog één keer, zoals in mijn geval, en dan kun je eindelijk de frisse buitenlucht in met je bagage en een jetlag. Ik hoop dat ik de dag mee mag maken dat teleportatie uitgevonden wordt.
Maar... wat was het een lange reis waard! Alles wat iedereen zegt en schrijft over Thailand kan ik één avond al bevestigen. De mensen zijn vriendelijk, zo vriendelijk zelfs dat ik als Nederlander mezelf afvraag of ze iets van me nodig hebben, 's avonds is het nog steeds ongeveer 25 graden, en het belangrijkste voor de Nederlander, je kunt hier avondeten voor 3(!) euro inclusief drank en fooi. Chiang Mai is een knus en gezellig stadje, meer een dorp eigenlijk. Het lijkt alsof je een paar jaar terug in de tijd gaat. Iedereen leeft, drinkt, eet en doet aan karoake op straat. Het verkeer rijdt overal en nergens. Kortom, het is overal een gezellige drukte. Ik denk dat ik het hier wel een paar maanden vol ga houden.
Wat ik nog meer bevestigd heb gekregen vandaag is dat de media er goed in zijn mensen ongerust te maken. De overstromingen in Bangkok zijn erg, maar het centrum is nog altijd droog en op het vliegveld van Bangkok was er niets van te merken. Ik had gisteren en vandaag zelfs geen vertragingen. Ik heb mezelf voor niets dus de hele week druk gemaakt. Tel daar een reis van 24 uur bij op en dan ben je wel redelijk uitgeput. Nu op tijd naar bed, want morgen is mijn eerste werkdag. Ik ben benieuwd of ik hier ook een koekje bij de koffie krijg..;-) Nieuwe update en foto's volgen snel!
Nog 12 nachtjes slapen...
en dan is het zondag 30 oktober eindelijk zover. Het stoere - dit doe ik wel even - gevoel maakt langzaam plaats voor - waar ga ik aan beginnen?
Een paar maanden geleden leek het de kans van mijn leven. Relatie was uit, mijn huis moest ik uit en mijn tijdelijke baan zou aflopen. De wereld lag aan mijn voeten en ik moest en zou dat ticket naar Bangkok boeken en welja, eerst een paar maanden werken leek me ook wel wat. Is goed voor de ervaring en staat zo goed op je CV. Over precies twee weken zit ik in Chiang Mai, een plaats in het noorden van Thailand. Het wordt de eerste keer dat ik zo'n grote oversteek ga maken en de zenuwen nemen met de dag toe. De voorbereiding is meestal ook de voorpret, maar op sommige dingen heb ik me toch wel verkeken. Een vliegticket alleen bleek niet voldoende. Vanwege mijn werk moest ik ook denken aan een visum. Het woord formulieren invullen zegt al genoeg. Ik wist dat ik vaccinaties nodig had, maar niet dat dit 10 verschillende prikken waren, verspreid over verschillende dagen. Oh ja, en niet te vergeten de malariapillen die een godsvermogen kosten. Net als mijn reisverzekering die door mijn werk ook veel duurder uitvalt. Tel daar de overstromingen, de heftige krantenkoppen in de media 'Zware overstromingen bereiken Bangkok', 'Economische schade in Thailand is enorm', 'Dodental overstromingen Thailand loopt op', en bezorgde ouders bij op en de zenuwen worden er niet minder om.
Maar als ik nu vanuit mijn raam naar buiten kijk en alleen maar dorre bladeren en vooral heel veel regen zie vallen, als ik de verwarming een paar graden hoger moet zetten omdat ik mijn tenen niet meer voel, als ik mensen hoor praten over hoe fantastisch het is om te reizen, als ik van mensen in Chiang Mai hoor dat de zon weer schijnt en het rond de 35 graden is, als ik alleen al denk aan de hagelwitte stranden die op mij liggen te wachten, dan maken de zenuwen spontaan plaats voor gezonde spanning en heb ik er vooral heel veel zin.
Ik ga eerst 3 maanden werken voor Elephant Parade (www.facebook.com/elephantparadefan, niet vergeten te liken!), een organisatie die zich inzet voor de Aziatisch olifant en daarna nog 3,5 maand de rest van Zuidoost-Azië verkennen met een goeie vriend. Gewapend met mijn mini notebook en fijne camera, ga ik proberen jullie zo veel mogelijk op de hoogte te houden van mijn avonturen daar. Wil je automatisch een mailtje ontvangen wanneer ik een nieuw verhaal of foto's gepost heb? Meld je dan aan voor mijn mailingslijst door je e-mailadres achter te laten in de rechter kolom.
Liefs, Esmee